Subsidie voor onthardingsprojecten met quick-win - aanvragen niet meer mogelijk

Wat zijn onthardingsprojecten met een quick-win?
Bij een onthardingsproject met quick-win heb je een concrete ontharding voor ogen en wil je die binnen de drie jaar uitvoeren. 

Bijvoorbeeld

  • een school of bedrijf wil een parkeerterrein of speelplaats ontharden
  • een gemeente wil een weg of plein ontharden
  • een grondeigenaar wil een gebouw van zijn perceel verwijderen zodat dit weer doorlaatbaar wordt
  • herbestemmen van bouwgrond / uitbreidingsgebied naar een open ruimte bestemming
  • (voor gemeentes) organiseren van een eigen subsidiereglement rond kleinere quick-win-onthardingsprojecten 
     
Aan te houden tijdspad:
  • uiterlijk één jaar na de opstart

    • is het project zichtbaar op het terrein via een ruimtelijke ingreep of communicatieve actie met betrekking tot ontharding
    • zijn de nodige vergunningsaanvragen voor de ontharding ingediend,  ontvankelijk en volledig verklaard (indien van toepassing)
  • uiterlijk drie jaar na de opstart is de effectieve ontharding op het terrein gerealiseerd en is de heraanleg aangevat, indien van toepassing
De subsidie voor dit type projecten kan ingezet worden voor :
  • investeringen
  • werkingsmiddelen

Wie kan een project indienen?
Lokale overheden, (burger)verenigingen en organisaties kunnen een project indienen. 

De subsidieoproep richt zich dus niet op individuele particulieren.  Zij kunnen wel een project indienen dat voldoet aan de gestelde voorwaarden wanneer ze zich verenigen in een vzw of feitelijke vereniging.
Een project wordt telkens aangevraagd door één organisatie, vereniging... Er wordt telkens één contacpersoon aangeduid , die zorgt voor de coördinatie van het project, de afspraken met de betrokken actoren en een coherente deelname aan de verschillende ondersteuningsmomenten en workshops. Aan deze trekker wordt ook het subsidiebedrag uitbetaald. De aanvrager engageert zich om actief deel te nemen aan het onthardingstraject en de workshops die in dit kader worden georganiseerd.

Onder lokale overheden wordt verstaan: 

  • gemeenten
  • steden
  • provincies
  • samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, steden en/of provincies
  • een OCMW, lokale vereniging (vzw) of Regionaal Landschap in naam van een of meerdere lokale overheden 
  • een lokale overheid in eigen naam in samenwerking met burgers, organisaties, enz. 

Onder verenigingen en organisaties wordt verstaan:

  • tijdelijke vennootschappen
  • feitelijke verenigingen
  • vzw’s
  • bedrijven en instituten (hebben een ondernemingsnummer)
  • lokale vestigingen van een bedrijvengroep in eigen naam 
  • onderwijsinstituten, scholen, samenwerkingsverbanden tussen scholen of scholengroepen 

Vlaamse instellingen en overheden kunnen participeren in samenwerkingsverbanden, maar niet als aanvrager een project indienen.

Enkele voorbeelden

  • stad X 
  • stad X of gemeente Y heeft een ad hoc samenwerking met de gemeente Z, en dient hier als trekker een intergemeentelijk project in
  • de intercommunale A dient één of meerdere intergemeentelijk projecten in waar de stad X, gemeente W en gemeente Z bij betrokken zijn
  • stad X doet mee aan een project getrokken door de provincie B waarin naast gemeente X ook nog W, Z, V en Y aan participeren. Provincie B of gemeente X kunnen ook nog een individueel project indienen voor bijvoorbeeld eigen gronden
  • het OCMW van gemeente Z kan een project indienen in naam van de gemeente Z. De gemeente op zich kan dan nog maximaal twee project indienen, en ook nog deelnemen aan intergemeentelijke projecten getrokken door bijvoorbeeld de intercommunale A en/of de provincie B
  • het OCMW van gemeente Z kan een project in eigen naam indienen. De gemeente kan dan nog maximaal drie projecten indienen
  • de vzw Q kan in naam van de stad Y een project indienen binnen de oproep voor lokale overheden. Y kan dan zelf nog maximaal twee project indienen, en nog participeren in intergemeentelijke projecten
  • de vzw Q kan een individueel project in eigen naam indienen
  • school X kan een project indienen in eigen naam en deelnemen aan een project van scholengroep Y. Scholengroep Y kan tot drie projecten als trekker indienen en in meerdere projecten deelnemen
  • een groep burgers kan zich (tijdelijk) verenigen en als burgercoöperaties, straatcomités,  enz.  in de vorm van een feitelijke vereniging of vereniging met rechtspersoonlijkheid, een project indienen
  • studiebureaus, architecten en stedenbouwkundigen kunnen een project indienen als onderneming of samenwerkingsverband
  • bedrijven, bedrijvenzetels of organisaties die bedrijven verenigen kunnen subsidies aanvragen
  • een lokale sportclub kan, los van het lidmaatschap van federatie, een project indienen
  • een regionale landschap kan een project in eigen naam of in naam van meerdere gemeenten indienen. In het laatste geval kunnen de betrokken gemeenten nog maximaal twee projecten indienen als trekker
  • een sociale huisvestingsmaatschappij dient een project in
  • middenveldorganisaties dienen een project in 

Hoeveel projecten kan je indienen?
  • een lokale overheid, (burger)vereniging of organisatie mag maximaal drie projecten ontharding indienen als aanvrager
  • er is geen beperking van het aantal projecten waaraan men als partner kan deelnemen
  • een project kan maar één keer worden ingediend 

Waaraan moet een onthardingsproject voldoen?
  • Het project past binnen de doelstellingen van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Het draagt bij aan een omslag in ruimtegebruik. De projecten stimuleren de transformatie van ruimtes die reeds verhard zijn en/of een harde bestemming hebben, en gaan zo verdere verharding tegen in het licht van de grotere maatschappelijke uitdagingen op het vlak van klimaat, demografie, mobiliteit of energie.
  • De uitvoering van het project  mag nog niet gestart zijn, ook de aanbesteding van de uitvoering van de werken voor het voorgestelde project mag  nog niet gebeurd zijn.
  • Het project duurt maximaal drie jaar en start binnen de 2 maanden nadat je de goedkeuring van de minister hebt ontvangen.

Hoeveel bedraagt de subsidie?

•    De subsidie bedraagt minstens 100.000 euro en maximaal 250.000 euro
•    De subsidie bedraagt maximaal 75% van de totale projectkost excl. btw na aftrek van andere Vlaamse subsidies voor hetzelfde onthardingsproject.  Alleen zaken die wettelijk niet al verplicht zijn, komen in aanmerking voor subsidie.
 

xlsx bestandBegroting project ontharding (versie 18/10) (49 kB)


 

Welke kosten komen in aanmerking?
  • Alleen kosten die gemaakt worden binnen de termijn van uitvoering van het project, komen in aanmerking voor subsidie.
  • Alleen directe kosten als onderdeel van het project gekoppeld aan de uitvoering van het ontharden op het terrein kunnen worden ingebracht:
    • investeringskosten
    • werkingskosten
  • Studies, visievorming en planning, inventarissen, monitoring en sensibilisatieprojecten, projectcoördinatie, enz. kunnen als onderdeel van een project worden ingebracht. 
  • De subsidie gaat bij voorkeur naar effectieve ontharding. 
  • Overheadkosten komen niet in aanmerking voor subsidies. Overheadkosten zijn kosten die men, zij het in mindere mate, ook zou hebben als het project niet zou worden verwezenlijkt, omdat die hoe dan ook moeten worden gedragen om dagdagelijkse activiteiten uit te voeren. Het gaat hier o.m. om onderhoudskosten van gebouwen en infrastructuur, en kosten voor verwarming, verlichting, gas, water, elektriciteit, telefoon, internet en verzekeringen.                                                    
  • Btw kan uitsluitend in rekening worden gebracht voor het niet-terugvorderbare en niet-recupereerbare gedeelte.                                  
  • Boetes, financiële sancties, schulden en gerechtskosten zijn niet subsidieerbaar.                                                        

Opmerking: de totale kostprijs van het project = de kosten van alle acties die voor subsidiëring in het kader van de oproep  worden ingediend. De kosten van het project waarvoor je ook andere Vlaamse subsidies ontvangt, geef je hier volledig aan. De andere ontvangen Vlaamse subsidies die je moet aangeven, worden afgetrokken van de uiteindelijk toegekende subsidie als zij voor dezelfde onthardingsdoelstelling gelden in het kader van de oproep projecten .

Investeringskosten

Dit zijn uitgaven voor het fysisch uitvoeren van ontharden en (her)inrichten op het terrein. Aankopen van een goed vanaf 1.000 euro (incl. BTW) per eenheid zijn investeringskosten. Volgende aankopen zijn, ongeacht het bedrag per eenheid, altijd een investeringskost:                                                  

  • straatmeubilair en rollend materiaal
  • activa in aanbouw
  • speciale software
  • bouw- en inrichtingsmaterialen (alleen kosten initiële aanleg of aankoop zijn investeringskosten)
  • planten en bomen voor de (her)inrichting                      

Werkingskosten

Als werkingskosten worden alleen kosten aanvaard die rechtstreeks betrekking hebben op het project en die ook verifieerbaar zijn. Het zijn m.a.w. kosten en uitgaven die zich zonder het project niet zouden hebben voorgedaan.                                  
                                               
Als werkingskost kunnen o.a. worden aanvaard:                                              

  • de rechtstreeks aan het project verbonden uitgaven voor verbruiksmaterialen, hulpgoederen, grondstoffen en gereedschappen waarvan de verwachte levensduur de duur van het contract niet overschrijdt (bijvoorbeeld papier, inkt, batterijen…)
  • de prestaties die door externen (derden) in het kader van het project worden geleverd, voor studies, visievorming en planning, inventariseren, en sensibilisatieprojecten… ; bijvoorbeeld voor de uitbesteding aan een architect of stedenbouwkundige
  • huur die aan derden moet worden betaald voor het gebruik van gebouwen, lokalen, 
  • apparatuur en infrastructuur
  • kilometervergoedingen voor opdrachten in het kader van het project, in de mate dat zij de fiscaal aanvaarde bedragen niet overtreffen                                                

Onder meer volgende kosten komen niet in aanmerking als werkingskosten:                                    

  • afschrijvingskosten voor het gebruik van bestaande, reeds aanwezige infrastructuur (gebouwen, materieel, installaties, meubilair en rollend materieel…)                   
  • restaurantkosten                        
  • interne huuraanrekening. Dat is een huurprijs die een aanvrager zichzelf aanrekent om gebouwen en infrastructuur ter beschikking te stellen waarvan hij al eigenaar of huurder is in het kader van activiteiten die geen betrekking hebben op het project. 

Selectie en beoordeling van de projecten

De ingediende voorstellen wordt getoetst aan de algemene en bijkomende voorwaarden opgesteld door het Departement Omgeving.
De aanvragen worden door een jury, bestaande uit leden van het Departement Omgeving, externe experten en ervaringsdeskundigen, beoordeeld op basis van de volgende evaluatiecriteria:

  • de bijdrage van het project aan de effectieve afname van de (netto) verharde oppervlakte of oppervlakte met harde bestemming; dit wordt afgewogen ten opzichte van de timing en haalbaarheid van het project, en het deel van de projectkost die begroot wordt voor effectieve ontharding;
  • de mate waarin het project innoverend is, inspirerend, of een voorbeeld in het algemeen of specifiek voor een bepaalde regio of een specifiek aspect. Bijvoorbeeld op vlak van het verhogen van het ruimtelijk rendement, de ingezette samenwerkingsvorm, de inzet van een instrumentarium of beheer, enz. 
  • de strategische waarde van  het project  op vlak van zijn positionering in een gebied en rol binnen een grotere visie rond ontharden, gebiedsgericht of van een bepaalde doelgroep, en de mate waarin de ruimtelijke kwaliteit voor het collectieve belang wordt versterkt en de proeftuin een positief effect heeft op andere beleidsdomeinen of op maatschappelijke uitdagingen op vlak van klimaat, demografie, mobiliteit of energie; de verhouding tussen de projectkosten en de ruimtelijke, sociaalmaatschappelijke en ecologische baten
  • het katalysator- of multiplicatoreffect van het project: de mate waarin het project een antwoord biedt op een terugkerende opgave of een impuls geeft aan nieuwe vervolginvesteringen; of de herhaalbaarheid van de proeftuin wanneer deze met een minimum aan aanpassingen door een andere actor of op een andere locatie kan worden uitgevoerd 
  • de bijdrage van het project aan de opbouw van een onthardingscultuur en de noodzakelijke omslag in het ruimtegebruik, het uitvoeren van het project in een samenwerkingsverband, het participatieve karakter en het betrekken van meerdere actoren in het project

Als er onvoldoende middelen ter beschikking zijn per projecttype voor de positief beoordeelde projecten, of bij gelijke score, worden de volgende extra criteria mee in overweging genomen:

1.    de regionale spreiding van de projecten 
2.    de meerwaarde van het project voor schoolomgevingen
3.    de diversiteit van de projecten
4.    de toegankelijkheid en het gedeeld of publiek gebruik van het projectgebied
5.    de zichtbaarheid van het project

Ondersteuning

In het eerste jaar voorziet het Departement Omgeving voor de geselecteerde projecten in samenwerking met externe experten een overkoepelende begeleiding op vlak van:

  • communicatie en participatie
  • proces- en ontwerp
  • juridische, financiële en instrumentele aspecten

De doelstelling van dit overkoepelend onthardingstraject is om kennisuitwisseling en -opbouw tussen de verschillende projecten te bevorderen met het oog op het uitbouwen van een leertraject voor zowel de initiatiefnemers als het Vlaamse ruimtelijk beleid, om de geselecteerde projecten en hun aanvragers te ondersteunen bij kwaliteitsvolle uitwerkingen en om gestructureerde communicatie te organiseren. 

De aanvrager engageert zich ertoe om actief deel te nemen aan dit onthardingstraject en de workshops die in dit kader worden georganiseerd. Hij levert hiervoor informatie en materiaal aan als input voor het overkoepelend en lokaal communicatie- en participatietraject.

Tijdens het tweede en derde jaar wordt het begeleidingstraject verdergezet via een kwaliteitskamer en een doorlopend overkoepelend communicatiespoor.

Project indienen: praktisch

Belangrijk: fout Excel begroting

Er werd een fout ontdekt in de Excel voor de subsidieberekening, gebruik het nieuwe bestand voor de berekening van uw projectbegroting.  Heb je al een Excel ingevuld, dan kan je de info gewoon kopiëren naar de nieuwe versie.

Contacteer ons