Subsidie voor onthardingsprojecten voor meer mobiliteit met minder wegen

Wat zijn onthardingsprojecten ‘weg weg’ ?

Bij een onthardingsproject ‘weg weg’ heb je een concrete ontharding voor ogen waarbij wordt ingezet op een meer klimaatvriendelijke en CO2-arme mobiliteit via het realiseren van effectieve ontharding van weginfrastructuur.  . 

De totale oppervlakte aan weginfrastructuur in Vlaanderen (2016) was 77014.52ha of 770.1 km² (of 5.65% van de oppervlakte van Vlaanderen), waarmee Vlaanderen één van de meest dichte en verharde wegennetten ter wereld heeft. Met een totale lengte van ongeveer 72.000km aan verharde Vlaamse wegen kan je 1,5 keer de aarde omcirkelen. Het Ruimte Rapport (2018) toonde aan dat 2/3 van de verharde oppervlakken in Vlaanderen bestaat uit wegen, opritten, terrassen... en 1/3 effectief bebouwd is. De ongeveer 510 km2 aan verharde wegen in Vlaanderen komt overeen met iets meer dan drie maal de oppervlakte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een enorme oppervlakte dus. Bovendien zijn de Vlaamse wegen vaak overgedimensioneerd, wat aanzet tot sneller rijden en meer verkeer met nadelige gevolgen zoals luchtvervuiling, geluidshinder, verkeersonveiligheid. De overdaad aan verkeersinfrastructuur vertaalt zich eveneens in een groot aandeel parkeerplaatsen, maar ook dat grote openruimtegebieden versnipperden.  

Er zijn in Vlaanderen enorm veel kansen om deze grote monofunctionele oppervlakten aan verharding te transformeren naar multifunctionele, veiligere, productieve en aantrekkelijke groene ruimten die een meerwaarde vormen voor de directe omgeving, de regionale en de landelijke schaal. 

Door het herdenken van vele bestaande weg- en straatprofielen kan letterlijk ‘ruimte’ gemaakt worden voor het aanpakken van urgente klimatologische en maatschappelijke opgaven, zoals waterbeheer, reductie van NO2- en CO2- emissies, vermindering van urban heat-effecten, budgettaire besparingen op infrastructuur en het verhogen van de verkeersveiligheid. Deze nieuwe kijk kan in sommige gevallen leiden tot een ‘weg weg’-effect waarbij we sommige wegen geheel of gedeeltelijk teruggeven aan de open ruimte. Met een slimme aanpak is dit mogelijk zonder reductie in mobiliteitscomfort en met steeds een hogere ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid als gevolg. 

Bijvoorbeeld

  • een gemeente wil een weg of gemeentelijke parking ontharden, vb. ter bevordering van de leefbaarheid van het centrum of voor het creëren van een (boven)lokale natuurlijke verbinding
  • een gemeente past het parkeerbeleid in haar stad aan door verschillende parkeerplaatsen te ontharden en groen of als publieke ruimte in te richten
  • Een bedrijventerrein wordt gereorganiseerd waarbij verschillende wegen en asfaltoppervlakken zullen worden onthard en er meer aandacht is voor voorzieningen voor de fiets en openbaar vervoer of voor ecologische connectiviteit binnen een groter geheel
  • Een gemeente herstructureert haar bedrijventerreinen zodat er een groter ruimtelijk rendement op enkele strategische locaties ontstaat (beter ruimtegebruik, gedeelde mobiliteitsvoorzieningen) en andere bedrijventerreinen herbestemd kunnen worden naar een zachte bestemming, al dan niet met het wegnemen van bestaande verharding 
  • Een gemeente hertekent het profiel van een steenweg en schrapt enkele baanvakken waarbij meer aandacht gaat naar veilige ruimte voor fietsers en het introduceren van grachten, wadi’s en laanbomen
  • Landbouwwegen worden onthard tot een tweesporenweg of volledig weggenomen, vb. ter versterking van openruimteverbindingen binnen het landbouwareaal
  • Een weg in de openruimte (landbouw- en bosgebied) word onthard en beplant ter versterking van een bosherstel of de creatie van een boslint
  • Het wegennetwerk in een herverkaveling wordt herzien, waarbij meer doodlopende straten en clusterparkeren worden geïntroduceerd en men via ontharden wil werken aan een klimaatvriendelijkere wijk
  • Een weg of cluster van wegen wordt overbodig binnen een nieuwe mobiliteitsvisie en dus afgebroken waarbij wordt ingezet op hergebruik van de materialen
  • In een uitdoofbeleid wil een gemeente of provincie een woonlint of bebouwing ontharden voor het herstel van de open ruimte
  • Een project rond ontharding dat de lokale mobiliteitsverplaatsingen beïnvloedt en leidt tot minder gemotoriseerde verplaatsingen, maar meer ruimte laat voor zachte mobiliteit in robuust groen.
  • Een gemeente grijpt de nodige heraanleg van enkele straten aan om een nieuw straatprofiel met wadi’s voor regenwateropvang te testen. Deze tests kunnen op termijn leiden tot een systematische aanpak van de heraan te leggen straten in de gemeente.
  • De bewoners van een cul-de-sac verenigen zich en stellen in overleg met de gemeente een plan op voor het parkeren aan het begin van de straat, waardoor een groot deel van de weginfrastructuur overbodig wordt en tot speelruimte omgevormd kan worden
  • Drie naastgelegen gemeenten stellen samen een langetermijnplan op voor het wegnemen van overbodige infrastructuur en gaan via het aanleggen van pilootprojecten het debat met de bewoners lokale bedrijven aan
  • Een gemeente engageert zich om een weg die een barrière vormt in een anders aaneengesloten openruimtegebied overbodig te maken en te schrappen
Wie kan een project indienen?

Lokale overheden, (burger)verenigingen en organisaties kunnen een project indienen.  De subsidieoproep richt zich dus tot particulieren.   Zij kunnen wel een project indienen dat voldoet aan de gestelde voorwaarden wanneer ze zich verenigen in een vzw of feitelijke vereniging.

Een project wordt aangevraagd door één organisatie, vereniging... Er wordt telkens één contactpersoon aangeduid die zorgt voor de coördinatie van het project, de afspraken met de betrokken actoren en een coherente deelname aan de verschillende ondersteuningsmomenten en workshops. Aan deze trekker wordt het subsidiebedrag uitbetaald. De aanvrager engageert zich om actief deel te nemen aan het onthardingstraject en de workshops die in dit kader worden georganiseerd.

Onder lokale overheden wordt verstaan: 

  • gemeenten
  • steden
  • provincies
  • samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, steden en/of provincies
  • een OCMW, lokale vereniging (vzw) of Regionaal Landschap in naam van een of meerdere lokale overheden 
  • een lokale overheid in eigen naam in samenwerking met burgers, organisaties, enz. 

Onder verenigingen en organisaties wordt verstaan:

  • tijdelijke vennootschappen
  • feitelijke verenigingen
  • vzw’s
  • bedrijven en instituten (hebben een ondernemingsnummer)
  • lokale vestigingen van een bedrijvengroep in eigen naam 
  • (hoger)onderwijsinstituten, scholen, samenwerkingsverbanden tussen scholen of scholengroepen 

Vlaamse instellingen en overheden kunnen participeren in samenwerkingsverbanden, maar niet als aanvrager een project indienen.

Enkele voorbeelden

  • stad X 
  • stad X of gemeente Y heeft een ad hoc samenwerking met de gemeente Z, en dient hier als trekker een intergemeentelijk project in
  • de intercommunale A dient één intergemeentelijk projecten in waar de stad X, gemeente W en gemeente Z bij betrokken zijn
  • stad X doet mee als partner aan een project getrokken door de provincie B waarin naast gemeente X ook nog W, Z, V en Y aan participeren. Gemeente X kan ook nog een individueel project indienen voor bijvoorbeeld eigen gronden
  • het OCMW van gemeente Z kan een project indienen in naam van de gemeente Z. De gemeente op zich kan dan zelf nog één project indienen voor één of meerdere deeloproepen, en ook nog deelnemen aan intergemeentelijke projecten getrokken door bijvoorbeeld de intercommunale A en/of de provincie B
  • het OCMW van gemeente Z kan een project in eigen naam indienen. 
  • de vzw Q kan in naam van de stad Y een project indienen binnen de oproep voor lokale overheden. Y kan dan zelf voor die deeloproep geen project meer indienen, maar wel voor de twee andere deeloproepen een project indienen, en nog participeren in intergemeentelijke projecten
  • de vzw Q kan een individueel project in eigen naam indienen
  • school X kan een project indienen in eigen naam en deelnemen aan een project van scholengroep Y. Scholengroep Y kan daarnaast zelf als partner in meerdere projecten deelnemen
  • een groep burgers kan zich (tijdelijk) verenigen en als burgercoöperatie, straatcomité,  enz.  in de vorm van een feitelijke vereniging of vereniging met rechtspersoonlijkheid, een project indienen
  • studiebureaus, architecten en stedenbouwkundigen kunnen een project indienen als onderneming of samenwerkingsverband
  • bedrijven, bedrijvenzetels of organisaties die bedrijven verenigen kunnen subsidies aanvragen
  • een lokale sportclub kan, los van het lidmaatschap van federatie, een project indienen
  • een regionaal landschap kan in eigen naam of in naam van meerdere gemeenten een project indienen. In het laatste geval kunnen de betrokken gemeenten voor diezelfde deeloproep geen project meer indienen
  • een sociale huisvestingsmaatschappij kan een project indienen 
  • middenveldorganisaties kunnen een project indienen
Hoeveel projecten kan je indienen?
  • een lokale overheid, (burger)vereniging of organisatie mag als aanvrager maximaal één project indienen per thematische deeloproep
  •  er is geen beperking van het aantal projecten waaraan men als partner kan deelnemen
  • een project kan maar door één doelgroep en voor één thematische deeloproep worden ingediend 
  • ruimtelijk en thematisch samenhangende projecten worden als één project gezien.
Waaraan moet een onthardingsproject voldoen?
  • Het project past binnen de doelstellingen van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Het draagt bij aan een omslag in ruimtegebruik. De projecten stimuleren de transformatie van ruimtes die reeds verhard zijn en/of een harde bestemming hebben, en gaan zo verdere verharding tegen in het licht van de grotere maatschappelijke uitdagingen op het vlak van klimaat, demografie, mobiliteit of energie.
  • De uitvoering van het project mag nog niet gestart zijn. Ook de aanbesteding van de uitvoering van de werken voor het voorgestelde project mag nog niet gebeurd zijn.
  • Het project duurt maximaal drie jaar en start binnen de 4 maanden nadat je de goedkeuring van de minister hebt ontvangen.

Aan te houden tijdspad voor projecten door een lokale overheid, vereniging of organisatie: 

  • uiterlijk één jaar na de opstart
    • is het project zichtbaar op het terrein via een ruimtelijke ingreep, fysisch testproject of participatieve/communicatieve actie met betrekking tot ontharding ter plaatse
    • is er een uitgewerkt en gedragen projectdossier
  • uiterlijk in het tweede jaar na de opstart 
    • zijn het bijhorend uitvoeringsdossier en de vergunningsaanvragen ingediend en ontvankelijk en volledig verklaard indien van toepassing
  • uiterlijk drie jaar na de opstart 
    • is de effectieve ontharding op het terrein gerealiseerd en is - indien van toepassing - de heraanleg aangevat

Aan te houden tijdspad voor projecten door burgerverenigingen:

  • uiterlijk één jaar na de opstart is het project zichtbaar op het terrein via een ruimtelijke ingreep, fysisch testproject of participatieve/communicatieve actie met betrekking tot ontharding ter plaatse
  • uiterlijk drie jaar na de opstart
    • is er een formele samenwerkingsstructuur opgezet rond een (gedragen) onthardingsproject met een uitgewerkt projectplan en financieel plan
    •  zijn het bijhorend uitvoeringsdossier en de vergunningsaanvragen ingediend en ontvankelijk en volledig verklaard indien van toepassing
Hoeveel bedraagt de subsidie voor ‘weg weg’-projecten?
  • De subsidie voor proeftuinen ontharding ‘weg-weg’ bedraagt minstens 100.000 euro en maximaal 250.000 euro
  • De subsidie bedraagt maximaal 75% van de totale projectkost excl. btw* na aftrek van andere Vlaamse subsidies voor hetzelfde onthardingsproject.  Alleen zaken die wettelijk niet al verplicht zijn, komen in aanmerking voor subsidie.
    * Het niet terugvorderbare gedeelte van de btw wordt meegerekend. Het totale subsidiebedrag is maximaal 250.000 euro en dit is inclusief het (niet-terugvorderbare) gedeeltebtw.
Welke kosten komen in aanmerking?

De subsidie gaat bij voorkeur hoofzakelijk naar effectieve ontharding. 

Komen wel in aanmerking

  • kosten die gemaakt worden binnen de termijn van uitvoering van het project
  • directe kosten als onderdeel van het project gekoppeld aan de uitvoering van het ontharden op het terrein:
    • investeringskosten
    •  werkingskosten
  • kosten voor studies, visievorming en planning, inventarissen, monitoring en sensibilisatieprojecten, projectcoördinatie, enz. 
  • btw: uitsluitend voor het niet-terugvorderbare en niet-recupereerbare gedeelte.                                 

Komen niet in aanmerking

  • overheadkosten: kosten die men, zij het in mindere mate, ook zou hebben als het project niet zou worden verwezenlijkt, omdat die hoe dan ook moeten worden gedragen om dagdagelijkse activiteiten uit te voeren. Het gaat hier o.m. om onderhoudskosten van gebouwen en infrastructuur, en kosten voor verwarming, verlichting, gas, water, elektriciteit, telefoon, internet en verzekeringen.                                                    
  • boetes, financiële sancties, schulden en gerechtskosten 

Opmerking: de totale kostprijs van het project = de kosten van alle acties die voor subsidiëring in het kader van de oproep worden ingediend. De kosten van het project waarvoor je ook andere Vlaamse subsidies ontvangt, geef je hier volledig aan. Deze worden afgetrokken van de uiteindelijk toegekende subsidie als zij voor dezelfde onthardingsdoelstelling worden aangewend.

Investeringskosten

Investeringskosten zijn uitgaven voor het fysiek ontharden en (her)inrichten van het terrein. Aankopen van een goed vanaf 1.000 euro (incl. BTW) per eenheid zijn investeringskosten. 
Volgende aankopen zijn, ongeacht het bedrag per eenheid, altijd een investeringskost:                                                  

  • planten en bomen voor de (her)inrichting                      
  • straatmeubilair en rollend materiaal
  • activa in aanbouw
  • speciale software
  • bouw- en inrichtingsmaterialen (alleen kosten initiële aanleg of aankoop zijn investeringskosten)

Werkingskosten

Als werkingskosten worden alleen kosten aanvaard die rechtstreeks betrekking hebben op het project en aldus ook verifieerbaar zijn. Het zijn m.a.w. kosten en uitgaven die zonder het project niet zouden gemaakt zijn.  

Komen in aanmerking als werkingskost                                             

  • de rechtstreeks aan het project verbonden uitgaven voor verbruiksmaterialen, hulpgoederen, grondstoffen en gereedschappen waarvan de verwachte levensduur de duur van het contract niet overschrijdt (bijvoorbeeld papier, inkt, batterijen…)
  • de prestaties die door externen (derden) in het kader van het project worden geleverd, voor studies, visievorming en planning, inventariseren, en sensibilisatieprojecten… ; bijvoorbeeld voor de uitbesteding aan een architect of stedenbouwkundige
  • huur die aan derden moet worden betaald voor het gebruik van gebouwen, lokalen
  • apparatuur en infrastructuur
  • kilometervergoedingen voor opdrachten in het kader van het project, in die mate dat zij de fiscaal aanvaarde bedragen niet overschrijden                                               

Komen niet in aanmerking als werkingskost                                    

  • afschrijvingskosten voor het gebruik van bestaande, reeds aanwezige infrastructuur (gebouwen, materieel, installaties, meubilair en rollend materieel…)                   
  • restaurantkosten                        
  • interne huuraanrekening. Dat is een huurprijs die een aanvrager zichzelf aanrekent om gebouwen en infrastructuur ter beschikking te stellen waarvan hij al eigenaar of huurder is in het kader van activiteiten die geen betrekking hebben op het project. 

Projectbegroting

Alle kosten die werden gemaakt in het kader van het project, moeten worden opgenomen in de projectbegroting. Naast een onderscheid in ‘investeringskosten’ en ‘werkingsmiddelen’ moet ook een onderscheid gemaakt worden naargelang het begrotingsonderdeel waartoe de kosten behoren, zijnde:

  • actie ontharden (kost van het afbreken, uitbreken…   herbestemmen)
  • verwerking materiaal  (de verwerking van het uitgebroken materiaal: bv. afvoer, verwerking, hergebruik…)
  • inrichting groen (bv. bomen, planten…)
  • inrichting ander (bv. bankje, verlichting, speeltuig …)
  • proces: (kosten voor het (ontwerp)proces, communicatie en participatie)

            
Het grootste deel van de projectbegroting moet naar de effectieve ontharding en kwalitatieve klimaatrobuuste groene herinrichting gaan.

Invoegen document projectbegroting
 

Selectie en beoordeling van de projecten ‘weg weg’

De ingediende voorstellen wordt getoetst aan de algemene en bijkomende voorwaarden opgesteld door het Departement Omgeving. Deze zijn terug te vinden in het bijhorende reglement:

De aanvragen voor een proeftuin ontharding ‘weg weg’ worden door een jury, bestaande uit leden van het Departement Omgeving, externe experten en ervaringsdeskundigen, beoordeeld op basis van de volgende evaluatiecriteria:

  • de bijdrage van de proeftuin ontharding aan de effectieve afname van de (netto) verharde oppervlakte (of oppervlakte met harde bestemming), in effectieve oppervlakte of procentueel binnen het gehele project; 
  • het innoverende en voorbeeldstellende karakter van de proeftuin ontharding: de kwaliteit van het project, het inspirerend of lerend vermogen van het concept of ontwerp, bijvoorbeeld op vlak van klimaatrobuuste/bewuste heraanleg, genereren van minder ruimte voor of verplaatsingen met, gemotoriseerde voertuigen, het collectieve karakter, de ingezette samenwerkingsvorm, vernieuwende inzet van instrumentarium of innovatieve omgang met materialen;
  • de strategische waarde van de proeftuin ontharding op vlak van haar positionering in de omgeving en rol binnen een grotere visie rond ontharden, mobiliteit, ontsnippering en ontlinting, de manier waarop het project (direct en indirect) een positief effect heeft op het klimaat met specifieke aandacht voor mobiliteit-gedragsverandering en het verbeteren van de ruimtelijke samenhang van openruimtestructuren en ecologische verbindingen, en op andere maatschappelijke uitdagingen op vlak van leefbaarheid, demografie, energie of voedselproductie; de verhouding tussen de projectkosten en de ruimtelijke, sociaalmaatschappelijke en ecologische baten; en de mate waarin het project zorgt voor meer toegankelijk en beleefbaar groen in een bebouwde of natuurarme omgeving;
  • het katalysator- of multiplicatoreffect van de proeftuin ontharding: de mate waarin en de manier waarop het project een impuls geeft aan nieuwe onthardings- of ontsnipperingsinvesteringen in de ruimere omgeving of op het grotere mobiliteitssysteem of grotere openruimteverbindingen; of de herhaalbaarheid van de proeftuin wanneer deze met een minimum aan aanpassingen door een andere actor of op een andere locatie kan uitgevoerd worden;
  • de bijdrage van het project tot de opbouw van een onthardingscultuur en -ondernemerschap en de noodzakelijk omslag in het ruimtegebruik: het stimuleren van (structurele) samenwerking en/of coalitievorming rond ontharding, CO2-arme mobiliteit of ontsnippering, het participatieve karakter van het project, bijzondere communicatie-initiatieven of het betrekken van meerdere actoren en de omliggende buurt in het project. 

Als er onvoldoende middelen ter beschikking zijn voor de positief beoordeelde projecten, of bij gelijke score, worden de volgende extra criteria mee in overweging genomen:

  1. de diversiteit van de projecten 
  2. de regionale spreiding van de projecten 
  3. de zichtbaarheid van het project
Ondersteuning

In het eerste jaar voorziet het Departement Omgeving voor de geselecteerde projecten in samenwerking met externe experten een overkoepelende begeleiding op vlak van:

  • communicatie en participatie
  • proces en ontwerp
  • juridische, financiële en instrumentele aspecten

De doelstelling van dit overkoepelend onthardingstraject is het bevorderen van kennisuitwisseling en -opbouw tussen de verschillende projecten met het oog op het uitbouwen van een leertraject voor zowel de initiatiefnemers als het Vlaamse ruimtelijk beleid. Hierbij worden de aanvragers van de geselecteerde projecten ondersteund bij de kwaliteitsvolle uitwerking ervan en bij de organisatie van gestructureerde communicatie. 

De aanvrager engageert zich ertoe actief deel te nemen aan dit onthardingstraject en de workshops die in dit kader worden georganiseerd. Hij levert hiervoor informatie en materiaal aan als input voor het overkoepelend en lokaal communicatie- en participatietraject.

Tijdens het tweede en derde jaar wordt het begeleidingstraject verdergezet via een kwaliteitskamer en een doorlopend overkoepelend communicatiespoor.

Project indienen: praktisch
  • Je kunt een project alleen online indienen 
  • Deadline voor het indienen van je aanvraag: uiterlijk op 15 mei 2019
  • Je gebruikt de ter beschikking gestelde aanvraagformulieren, vult deze volledig en correct in, en voegt ze aan de projectaanvraag toe:
  • Visueel materiaal zoals plannen, foto’s, schema’s… van de bestaande toestand en het projectvoorstel om de aanvraag te verduidelijken (plan of luchtfoto met aanduiding van de projectcontour, extra foto’s van de site, plan van de herinrichting indien reeds bestaand…), gebundeld in één pdf, max. 8MB