Subsidie voor onthardingsprojecten voor meer ruimte voor water

Wat zijn onthardingsprojecten ‘ruimte voor water’?

Bij een onthardingsproject ‘ruimte voor water’ heb je een concrete ontharding voor ogen waarbij wordt ingezet op het klimaatrobuuster maken van bebouwde gebieden door meer ruimte te geven aan water via het realiseren van effectieve ontharding op het terrein. 

Door de afdichting van bodems en verschillende verhardingen kunnen de natuurlijke functies van de bodem niet of onvoldoende vervuld worden. De bodem is zo bijvoorbeeld niet meer in staat om water op te nemen (reductie van de infiltratiecapaciteit). Dat kan de overstromingsgevoeligheid van aanpalende of verder stroomafwaarts gelegen percelen versterken. Bovendien wordt de waterbalans verstoord en worden grondwatervoorraden niet aangevuld. Verharding heeft dus zowel een impact op overstromingsgevoeligheid als op droogteverschijnselen, omdat de buffercapaciteit van de bodem grondig verstoord is. Beide aspecten behoren tot de extreme fenomenen, die in de toekomst vaker zullen voorkomen en ook intenser zullen worden door de klimaatveranderingen. Het reduceren van de verharding in Vlaanderen is dus erg belangrijk om de veerkracht van ons watersysteem te verhogen en de risico’s te beperken.

Meer ruimte geven voor water betekent niet alleen ruimte geven aan rivieren en wateroppervlakken, maar ook op kleinere schaal water plaats geven en meer zichtbaar maken. We moeten immers op zoek gaan naar bijkomende ruimte voor waterbuffering, -berging en -infiltratie. 

Ontharden voor meer ruimte voor water in de stedelijke omgeving zorgt ervoor dat de stad beter kan omgaan met de verschillende klimatologische effecten: de stedelijke run-off neemt af, de grondwatertafel wordt aangevuld, we krijgen verkoeling aan het wateroppervlak en door verneveling, groenblauwe netwerken vormen een aangename omgeving om te vertoeven tijdens hittegolven... Kortom: de stad reguleert de waterketen beter en heeft een positieve invloed op de hittestress. Ook in de meer landelijke omgeving biedt ontharding vele voordelen voor de watercyclus. Zo kan er onder andere meer water infiltreren of kunnen waterbekkens worden voorzien, wat leidt tot meer robuustheid in perioden van droogte.

Enkele voorbeelden:

  • Een bedrijf of gemeente wil een (parkeer)terrein ontharden voor het creëren van een waterbufferbasin met aandacht voor meer wateropvang en -infiltratie, en een klimaatrobuuste inrichting
  • Een terrein koppelt zich af van het rioleringsnetwerk encreëert via ontharden voldoende ruimte voor wateropvang en infiltratie, en de natuurlijke zuivering van afvalwater
  • Een gemeente wil een woonuitbreidingsgebied in overstromingsgevoelig gebied herbekijken of schrappen en herbestemmen naar open ruimte (en onthardt hiervoor enkele bestaande constructies in het gebied). Hiervoor zet ze in op coalitievorming en een interactief proces met de eigenaars en de buurt 
  • Bedrijven op een bedrijventerrein in watergevoelig gebied willen hun parkeervoorzieningen delen en samen clusteren waardoor meer ruimte vrijkomt voor water ten voordele van het terrein zelf en/of waardoor voor een lager gelegen woonbuurt het risico op wateroverlast verlaagt
  • Een groep burgers, verenigd in een vzw, wil de koterij en verschillende verhardingen in hun binnenbouwblok wegnemen om een collectieve binnentuin aan te leggen waarbij circulair wordt omgesprongen met regenwater
  • Een provincie wil woningen in waterziek gebied ontharden via een uitdovingsprogramma en herbestemming naar een zachte bestemming
  • Een gemeente wil bebouwing of verharding bovenop een waterloop afbreken voor het realiseren van een groenblauwe dooradering
  • Twee gemeenten werken samen om de te snelle water runoff stroomafwaarts tegen te gaan door middel van ontharding
  • In een gebied dat kampt met grondwaterdaling engageert een gemeente zich om 30% van de verharde oppervlakte te ontharden om zo de waterinfiltratie te bevorderen
     
Wie kan een project indienen?

Lokale overheden, (burger)verenigingen en organisaties kunnen een project indienen.  De subsidieoproep richt zich dus niet tot particulieren.   Zij kunnen wel een project indienen dat voldoet aan de gestelde voorwaarden wanneer ze zich verenigen in een vzw of feitelijke vereniging.

Een project wordt aangevraagd door één organisatie, vereniging... Er wordt telkens één contactpersoon aangeduid die zorgt voor de coördinatie van het project, de afspraken met de betrokken actoren en een coherente deelname aan de verschillende ondersteuningsmomenten en workshops. Aan deze trekker wordt het subsidiebedrag uitbetaald. De aanvrager engageert zich om actief deel te nemen aan het onthardingstraject en de workshops die in dit kader worden georganiseerd.

Onder lokale overheden wordt verstaan: 

  • gemeenten
  • steden
  • provincies
  • samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, steden en/of provincies
  • een OCMW, lokale vereniging (vzw) of Regionaal Landschap in naam van een of meerdere lokale overheden 
  • een lokale overheid in eigen naam in samenwerking met burgers, organisaties, enz. 

Onder verenigingen en organisaties wordt verstaan:

  • tijdelijke vennootschappen
  • feitelijke verenigingen
  • vzw’s
  • bedrijven en instituten (hebben een ondernemingsnummer)
  • lokale vestigingen van een bedrijvengroep in eigen naam 
  • (hoger)onderwijsinstituten, scholen, samenwerkingsverbanden tussen scholen of scholengroepen 

Vlaamse instellingen en overheden kunnen participeren in samenwerkingsverbanden, maar niet als aanvrager een project indienen.

Enkele voorbeelden

  • stad X 
  • stad X of gemeente Y heeft een ad hoc samenwerking met de gemeente Z, en dient hier als trekker een intergemeentelijk project in
  • de intercommunale A dient één intergemeentelijk projecten in waar de stad X, gemeente W en gemeente Z bij betrokken zijn
  • stad X doet mee als partner aan een project getrokken door de provincie B waarin naast gemeente X ook nog W, Z, V en Y aan participeren. Gemeente X kan ook nog een individueel project indienen voor bijvoorbeeld eigen gronden
  • het OCMW van gemeente Z kan een project indienen in naam van de gemeente Z. De gemeente op zich kan dan zelf nog één project indienen voor één of meerdere deeloproepen, en ook nog deelnemen aan intergemeentelijke projecten getrokken door bijvoorbeeld de intercommunale A en/of de provincie B
  • het OCMW van gemeente Z kan een project in eigen naam indienen. 
  • de vzw Q kan in naam van de stad Y een project indienen binnen de oproep voor lokale overheden. Y kan dan zelf voor die deeloproep geen project meer indienen, maar wel voor de twee andere deeloproepen een project indienen, en nog participeren in intergemeentelijke projecten
  • de vzw Q kan een individueel project in eigen naam indienen
  • school X kan een project indienen in eigen naam en deelnemen aan een project van scholengroep Y. Scholengroep Y kan daarnaast zelf als partner in meerdere projecten deelnemen
  • een groep burgers kan zich (tijdelijk) verenigen en als burgercoöperatie, straatcomité,  enz.  in de vorm van een feitelijke vereniging of vereniging met rechtspersoonlijkheid, een project indienen
  • studiebureaus, architecten en stedenbouwkundigen kunnen een project indienen als onderneming of samenwerkingsverband
  • bedrijven, bedrijvenzetels of organisaties die bedrijven verenigen kunnen subsidies aanvragen
  • een lokale sportclub kan, los van het lidmaatschap van federatie, een project indienen
  • een regionaal landschap kan in eigen naam of in naam van meerdere gemeenten een project indienen. In het laatste geval kunnen de betrokken gemeenten voor diezelfde deeloproep geen project meer indienen
  • een sociale huisvestingsmaatschappij kan een project indienen 
  • middenveldorganisaties kunnen een project indienen
Hoeveel projecten kan je indienen?
  • een lokale overheid, (burger)vereniging of organisatie mag als aanvrager maximaal één project indienen per thematische deeloproep
  •  er is geen beperking van het aantal projecten waaraan men als partner kan deelnemen
  • een project kan maar door één doelgroep en voor één thematische deeloproep worden ingediend 
  • ruimtelijk en thematisch samenhangende projecten worden als één project gezien.
Waaraan moet een onthardingsproject voldoen?
  • Het project past binnen de doelstellingen van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Het draagt bij aan een omslag in ruimtegebruik. De projecten stimuleren de transformatie van ruimtes die reeds verhard zijn en/of een harde bestemming hebben, en gaan zo verdere verharding tegen in het licht van de grotere maatschappelijke uitdagingen op het vlak van klimaat, demografie, mobiliteit of energie.
  • De uitvoering van het project mag nog niet gestart zijn. Ook de aanbesteding van de uitvoering van de werken voor het voorgestelde project mag nog niet gebeurd zijn.
  • Het project duurt maximaal drie jaar en start binnen de 4 maanden nadat je de goedkeuring van de minister hebt ontvangen.

Aan te houden tijdspad voor projecten door een lokale overheid, vereniging of organisatie: 

  • uiterlijk één jaar na de opstart
    • is het project zichtbaar op het terrein via een ruimtelijke ingreep, fysisch testproject of participatieve/communicatieve actie met betrekking tot ontharding ter plaatse
    • is er een uitgewerkt en gedragen projectdossier
  • uiterlijk in het tweede jaar na de opstart 
    • zijn het bijhorend uitvoeringsdossier en de vergunningsaanvragen ingediend en ontvankelijk en volledig verklaard indien van toepassing
  • uiterlijk drie jaar na de opstart 
    • is de effectieve ontharding op het terrein gerealiseerd en is - indien van toepassing - de heraanleg aangevat

Aan te houden tijdspad voor projecten door burgerverenigingen:

  • uiterlijk één jaar na de opstart is het project zichtbaar op het terrein via een ruimtelijke ingreep, fysisch testproject of participatieve/communicatieve actie met betrekking tot ontharding ter plaatse
  • uiterlijk drie jaar na de opstart
    • is er een formele samenwerkingsstructuur opgezet rond een (gedragen) onthardingsproject met een uitgewerkt projectplan en financieel plan
    •  zijn het bijhorend uitvoeringsdossier en de vergunningsaanvragen ingediend en ontvankelijk en volledig verklaard indien van toepassing
Hoeveel bedraagt de subsidie voor ‘ruimte voor water’-projecten?
  • De subsidie voor proeftuinen ontharding ‘ruimte voor water’ bedraagt minstens 100.000 euro en maximaal 250.000 euro 
  • De subsidie bedraagt maximaal 75% van de totale projectkost excl. btw na aftrek van andere Vlaamse subsidies voor hetzelfde onthardingsproject.  Alleen zaken die wettelijk niet al verplicht zijn, komen in aanmerking voor subsidie.
Welke kosten komen in aanmerking?

De subsidie gaat bij voorkeur hoofzakelijk naar effectieve ontharding. 

Komen wel in aanmerking

  • kosten die gemaakt worden binnen de termijn van uitvoering van het project
  • directe kosten als onderdeel van het project gekoppeld aan de uitvoering van het ontharden op het terrein:
    • investeringskosten
    •  werkingskosten
  • kosten voor studies, visievorming en planning, inventarissen, monitoring en sensibilisatieprojecten, projectcoördinatie, enz. 
  • btw: uitsluitend voor het niet-terugvorderbare en niet-recupereerbare gedeelte.                                 

Komen niet in aanmerking

  • overheadkosten: kosten die men, zij het in mindere mate, ook zou hebben als het project niet zou worden verwezenlijkt, omdat die hoe dan ook moeten worden gedragen om dagdagelijkse activiteiten uit te voeren. Het gaat hier o.m. om onderhoudskosten van gebouwen en infrastructuur, en kosten voor verwarming, verlichting, gas, water, elektriciteit, telefoon, internet en verzekeringen.                                                    
  • boetes, financiële sancties, schulden en gerechtskosten 

Opmerking: de totale kostprijs van het project = de kosten van alle acties die voor subsidiëring in het kader van de oproep worden ingediend. De kosten van het project waarvoor je ook andere Vlaamse subsidies ontvangt, geef je hier volledig aan. Deze worden afgetrokken van de uiteindelijk toegekende subsidie als zij voor dezelfde onthardingsdoelstelling worden aangewend.

Investeringskosten

Investeringskosten zijn uitgaven voor het fysiek ontharden en (her)inrichten van het terrein. Aankopen van een goed vanaf 1.000 euro (incl. btw) per eenheid zijn investeringskosten. 
Volgende aankopen zijn, ongeacht het bedrag per eenheid, altijd een investeringskost:                                                  

  • planten en bomen voor de (her)inrichting                      
  • straatmeubilair en rollend materiaal
  • activa in aanbouw
  • speciale software
  • bouw- en inrichtingsmaterialen (alleen kosten initiële aanleg of aankoop zijn investeringskosten)

Werkingskosten

Als werkingskosten worden alleen kosten aanvaard die rechtstreeks betrekking hebben op het project en aldus ook verifieerbaar zijn. Het zijn m.a.w. kosten en uitgaven die zonder het project niet zouden gemaakt zijn.  

Komen in aanmerking als werkingskost                                             

  • de rechtstreeks aan het project verbonden uitgaven voor verbruiksmaterialen, hulpgoederen, grondstoffen en gereedschappen waarvan de verwachte levensduur de duur van het contract niet overschrijdt (bijvoorbeeld papier, inkt, batterijen…)
  • de prestaties die door externen (derden) in het kader van het project worden geleverd, voor studies, visievorming en planning, inventariseren, en sensibilisatieprojecten… ; bijvoorbeeld voor de uitbesteding aan een architect of stedenbouwkundige
  • huur die aan derden moet worden betaald voor het gebruik van gebouwen, lokalen
  • apparatuur en infrastructuur
  • kilometervergoedingen voor opdrachten in het kader van het project, in die mate dat zij de fiscaal aanvaarde bedragen niet overschrijden                                               

Komen niet in aanmerking als werkingskost                                    

  • afschrijvingskosten voor het gebruik van bestaande, reeds aanwezige infrastructuur (gebouwen, materieel, installaties, meubilair en rollend materieel…)                   
  • restaurantkosten                        
  • interne huuraanrekening. Dat is een huurprijs die een aanvrager zichzelf aanrekent om gebouwen en infrastructuur ter beschikking te stellen waarvan hij al eigenaar of huurder is in het kader van activiteiten die geen betrekking hebben op het project. 

Projectbegroting

Alle kosten die werden gemaakt in het kader van het project, moeten worden opgenomen in de projectbegroting. Naast een onderscheid in ‘investeringskosten’ en ‘werkingsmiddelen’ moet ook een onderscheid gemaakt worden naargelang het begrotingsonderdeel waartoe de kosten behoren, zijnde:

  • actie ontharden (kost van het afbreken, uitbreken…   herbestemmen)
  • verwerking materiaal  (de verwerking van het uitgebroken materiaal: bv. afvoer, verwerking, hergebruik, …)
  • inrichting groen (bv. bomen, planten…)
  • inrichting ander (bv. bankje, verlichting, speeltuig…)
  • proces:  kosten voor het (ontwerp)proces, communicatie en participatie)

            
Het grootste deel van de projectbegroting dient daarbij naar de effectieve ontharding en kwalitatieve klimaatrobuuste groene herinrichting te gaan.

Selectie en beoordeling van de projecten ‘ruimte voor water’

De ingediende voorstellen worden getoetst aan de algemene en bijkomende voorwaarden, opgesteld door het Departement Omgeving. Deze zijn terug te vinden in het bijhorende reglement:

De aanvragen voor een proeftuin ontharding ‘ruimte voor water’ worden door een jury, bestaande uit leden van het Departement Omgeving, externe experten en ervaringsdeskundigen, beoordeeld op basis van de volgende evaluatiecriteria:

  • de bijdrage van de proeftuin ontharding aan de effectieve afname van de (netto) verharde oppervlakte (of oppervlakte met harde bestemming), in effectieve oppervlakte of procentueel binnen het gehele project; 
  • het innoverende en voorbeeldstellende karakter van de proeftuin ontharding: de kwaliteit van het project, het inspirerend of lerend vermogen van het concept of ontwerp, bijvoorbeeld op vlak van klimaatrobuuste heraanleg (bodemdichtheid optimaal voor infiltratie, beplanting die infiltratie versterkt, groenaanleg die hitte-eiland-effecten tegengaat…), de manier waarop ruimte voor water(systemen) wordt geïntegreerd in het project, het collectieve karakter, innovatieve omgang met technologie of materialen, de ingezette samenwerkingsvorm, vernieuwende inzet van instrumentarium of beheer;
  • de strategische waarde van de proeftuin ontharding op vlak van haar positionering in de bebouwde omgeving en het watersysteem, en rol binnen een grotere visie rond ontharden, gebiedsgericht of van een bepaalde doelgroep. De manier waarop het project (direct en indirect) een positief effect heeft op het klimaat, met specifieke aandacht voor meer ruimte voor water(systemen) i.r.t. huidige en toekomstige uitdagingen en klimaatscenario’s, en voor andere maatschappelijke uitdagingen op vlak van leefbaarheid, ecologie, demografie, mobiliteit, energie of voedselproductie; de verhouding tussen de projectkosten en de ruimtelijke, sociaalmaatschappelijke en ecologische baten; en de mate waarin het project zorgt voor meer toegankelijk en beleefbaar groen in een bebouwde of natuurarme omgeving;
  • het katalysator- of multiplicatoreffect van de proeftuin ontharding: de mate waarin en de manier waarop het project een impuls geeft aan nieuwe onthardings- of vergroeningsinvesteringen in de ruimere omgeving of op het grotere watersysteem; of de herhaalbaarheid van de proeftuin wanneer deze met een minimum aan aanpassingen door een andere actor of op een andere locatie kan uitgevoerd worden;
  • de bijdrage van het project aan de opbouw van een onthardingscultuur en -ondernemerschap en de noodzakelijke omslag in het ruimtegebruik: het stimuleren van (structurele) samenwerking en/of coalitievorming rond ontharding of ontharde watersystemen, het participatieve karakter van het project, bijzondere communicatie-initiatieven of het betrekken van meerdere actoren en de omliggende buurt in het project. 

Als er onvoldoende financiële middelen ter beschikking zijn voor de positief beoordeelde projecten, of bij gelijke score, worden de volgende extra criteria mee in overweging genomen:

  1. de diversiteit van de projecten 
  2. de regionale spreiding van de projecten 
  3. de zichtbaarheid van het project
     
Ondersteuning

In het eerste jaar voorziet het Departement Omgeving voor de geselecteerde projecten in samenwerking met externe experten een overkoepelende begeleiding op vlak van:

  • communicatie en participatie
  • proces en ontwerp
  • juridische, financiële en instrumentele aspecten

De doelstelling van dit overkoepelend onthardingstraject is het bevorderen van kennisuitwisseling en -opbouw tussen de verschillende projecten met het oog op het uitbouwen van een leertraject voor zowel de initiatiefnemers als het Vlaamse ruimtelijk beleid. Hierbij worden de aanvragers van de geselecteerde projecten ondersteund bij de kwaliteitsvolle uitwerking ervan en bij de organisatie van gestructureerde communicatie. 

De aanvrager engageert zich ertoe actief deel te nemen aan dit onthardingstraject en de workshops die in dit kader worden georganiseerd. Hij levert hiervoor informatie en materiaal aan als input voor het overkoepelend en lokaal communicatie- en participatietraject.

Tijdens het tweede en derde jaar wordt het begeleidingstraject verdergezet via een kwaliteitskamer en een doorlopend overkoepelend communicatiespoor.

Online aanvragen

Subsidie aanvragen niet meer mogelijk.

Contacteer ons